Helden

Nesrine Malik

Over de Auteur

© Ian Anderson / The Guardian

Nesrine Malik (1977) is een Soedanese journalist en columnist, woonachtig in Londen. Ze schreef voor onder andere The Guardian en De Correspondent en was panellid bij het BBC-programma Dateline London. In 2019 verscheen haar boek We Need New Stories (Orion Publishing Co) en stond ze op de longlist van de Orwell Prize. Ook werd ze in 2017 tijdens de Comment Awards benoemd tot Society and Diversity Commentator of the Year.

Meer dan twintig jaar geleden zat ik met drie andere studenten verstopt in een wc-hokje op de universiteit van Khartoem. We hielden onze hoofddoeken voor onze neus tegen de stank en tegen het traangas dat door de deur kwam. De studentenraadverkiezing was niet verlopen zoals de overheid wilde, en al snel werd de campus bestormd door veiligheidstroepen gewapend met knuppels en gasgranaten. Op een gegeven moment reden ze met hun pick-ups over de campus, hielden willekeurige studenten aan en sloegen ze in elkaar.

Uiteindelijk was de campus ontruimd en gingen we voorzichtig naar buiten, kokhalzend. Ik herinner me, terwijl we naar huis liepen langs de Nijl aan de noordzijde van de campus, een lange stroom van stikkende, huilende en hoestende studenten. Er stonden veiligheidssoldaten op de weg die lukraak klappen uitdeelden met hun stokken en knuppels, terwijl ze vernederende beledigingen naar ons riepen. Toen ik langsliep sloeg een van hen een mannelijke student op z’n rug. Hij wankelde. ‘Waar zijn de helden dan?’ spotte de soldaat, terwijl hij de student nog een klap gaf. ‘Ik dacht dat jullie helden waren?’ De jonge man incasseerde de klappen en liep zonder om te kijken weg.

We wisten het toen nog niet, maar we zouden meer dan een jaar niet terugkeren naar de universiteit. Het regime van Omar al-Bashir gooide de universiteit dicht om niet het risico te lopen dat de studentenbeweging grotere volksprotesten zou aanwakkeren. Tegen de tijd dat we teruggingen waren veel studenten gestopt met hun studie of gewoon verdwenen.

Bashir, de laatste langzittende Arabische dictator ter wereld, werd vorig jaar afgezet. Van de dertig jaar dat hij heerste over Soedan was er niet één vreedzaam. De legerofficier kwam aan de macht in 1989, en beantwoordde elke vorm van verzet met grof geweld en tactieken van de verschroeide aarde. In de grote steden ontbond het regime de burgermaatschappij en stelde een politiestaat in. In Darfur en andere regio’s wakkerden zijn troepen etnische conflicten aan in oorlogen die talloze levens eisten, en die Bashir een aanklacht van het Internationale Strafhof en het land economische sancties opleverden. En het regime voerde een arbitraire shariawetgeving in, die ze gebruikten om hun vijanden te vervolgen en een grimmige, steriele orde op te leggen.

En dat werkte. Het militaire regime overleefde met een combinatie van geweld en assimilatie. In juni van het jaar dat Bashir werd afgezet zou de ‘revolutie van de Nationale Redding’ dertig jaar geleden zijn. Maar een volksopstand, die al vier maanden aan het aanzwellen was, ontzegde Bashir zijn dertigste jubileum. Er komt een moment in de loopbaan van elke dictator waarop zijn magische combinatie van omkoping, wreedheid, moord, marteling en gevangenschap niet meer werkt. Als dat eenmaal gebeurt, overstijgt het alle politieke analyse. In de eerste maanden van 2019 hielden duizenden mensen een sit-in bij het hoofdkwartier van het leger en eisten een einde aan het regime. Maar het omslagpunt was al een tijdje daarvoor, toen de overheid niet meer in de basisbehoeften kon voorzien en het land in een diepe economische crisis stortte met ongekende inflatie, brandstoftekorten en liquiditeitstekorten bij de banken. Wanneer de armen in het verleden in opstand kwamen, deed de middenklasse die het minst leed onder het regime (als ze zich gedroegen) niet mee aan de protesten. Maar de uitputtende effecten van armoede werden ook in de welgesteldere huishoudens voelbaar en de deal met Bashir was het niet langer waard. Een regering kan onderdrukkend of verarmend zijn, maar nooit allebei tegelijk.

En dus veroorzaakte de economische crisis een algemeen gevoel van onteigening dat overliep in een politieke opstand. De woede nam ook een andere vorm aan, een die genoegdoening eiste voor decennia van onderdrukking, maar ook streefde naar een vorm van landelijke verzoening. De taferelen bij de sit-in in Khartoem toonden de behoefte om een idee van een land te vangen dat te lang verloren was geweest.

Bashirs mensenrechtenschendingen waren uitgevloeid in iets anders: de vernieling van een gevoel van nationale identiteit los van de religieuze en militaire blauwdruk van de overheid zelf. De revolutie van de Nationale Redding was ook een cultureel project, dat de etnische verschillen tussen de Soedanezen uitvergrootte, en floreerde door het gewone volk te negeren en een groot patronagenetwerk te bevoordelen. In de laatste paar weken van de revolutie liepen tientallen soldaten over naar de andere kant om de demonstranten te steunen en te beschermen tegen de veiligheidstroepen. Sommigen huilden. Oude liedjes en spreekkoren van vóór het Bashir-regime werden gemengd met een nieuw, oneerbiedig gevoel voor humor. Vrouwen, die het meest te lijden hadden gehad onder de experimenten met de sharia, gingen naar buiten in traditionele kledij, een terugkeer naar oude gebruiken. Vrijwilligers brachten eten en water, en alles werd live vastgelegd op sociale media. Het was tegelijkertijd een nostalgische en een moderne opstand. Er was weinig behalve het verleden om zich aan vast te klampen, maar men wist ook dat het heden niet langer houdbaar was.

Maar er lag slecht nieuws in het verschiet voor mijn land. Na Bashirs afzetting nam het leger de macht over, en maakte een bloederig einde aan wat er over was van de protesten. Alle generaals en veiligheidstroepen van Bashir, waarvan velen nu in de hoogste rangen van de regering zitten, zijn bezoedeld door zijn geschiedenis van mensenrechtenschennis. Soedan heeft ook een nalatenschap van etnische conflicten en stammenstrijd die niet door Bashir werd uitgevonden. Zonder de medeplichtigheid van de gegoede klasse zou hij het nooit zo lang hebben overleefd. En ondanks de iconografie van vrouwen aan de frontlinie van de opstand, werd het slachtofferen van vrouwen door de overheid mogelijk gemaakt door een maatschappij die doordrenkt is van misogynie.

Maar een paar maanden lang in 2019 projecteerde Soedan een visie, een geïdealiseerde versie van zichzelf, iets om naar te streven. Ondanks de teleurstellingen sinds de val van Bashir blijft die visie overeind. Dat toekomstbeeld dat geschetst werd in de kunst en muziek van de weken van protest bestaat nog steeds. De wereld keek toe terwijl de Soedanezen kampeerden, scandeerden en kogels ontweken tot hen gelukt was wat een hele internationale mensenrechtenindustrie niet kon: Omar al-Bashirs overheid omverwerpen. De weg naar het Soedan dat leeft in de harten en hoofden van de Soedanezen is verraderlijk, maar ondertussen hebben degenen die deelnamen aan de opstand de vraag beantwoord die de veiligheidssoldaat al die jaren geleden stelde toen hij ons sloeg terwijl we een belegerde universiteitscampus verlieten. Hier zijn de helden.

Nesrine Malik
Vertaald door Lisette van Eijck
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan

E-card

Uw naam

Uw e-mail adres

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

1