Henrietta zal ons redden

Joost Oomen
Over de Auteur

© Gaby Jongenelen Fotografie

Joost Oomen (1990) is dichter, schrijver, drummer en performer. Hij publiceerde de bundels Vliegenierswonden en De stort, de novelle De zon als hij valt en de vinylsingle Joost Oomen. Oomen was zowel huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen als stadsdichter van Groningen en won in 2011 het Hendrik de Vriesstipendium voor nieuwe literatuur. Oomen trad onder andere op tijdens Crossing Border, Dichters in de Prinsentuin, Boekenbal voor de Lezers, Wintertuin, Sunsation, Oerol, Into the Great Wide Open, Lowlands en het Gedichtenbal. In het najaar van 2020 verschijnt bij Querido zijn debuutroman Het perenlied.

De diamanten bizon
Ik kijk naar het achtuurjournaal en de president van de Verenigde Staten houdt een warrig en gevaarlijk verhaal in de tuin van het Witte Huis. Hij staat achter een breed, blauw spreekgestoelte. De irritatie valt van zijn gezicht te lezen op de momenten dat hij even stilvalt om adem te halen en de journalisten (die buiten beeld worden gehouden) allemaal op hetzelfde moment het woord proberen te nemen.
De president legt zijn woorden helemaal voor in zijn mond. In de idyllische omgeving vol rozenstruiken, withouten klapstoelen en perfect gemaaid gras, zegt hij de meest afschuwelijke dingen.
Dan verschijnt de diamanten bizon. De bizon is van zulke hoge kwaliteit diamant dat iedereen dwars door hem heen kijkt. Zo zuiver, het is onmogelijk hem te horen of te voelen. Hij is een zacht, warm, diamanten briesje dat door de bloesem van de appelboom van president Jefferson, dat door de rozen, dat door de blonde haren van de cameramannen waait.
De bizon staat grazend tussen mij en de president. De president heeft het niet door, hij blijft doorpraten. Hoewel ik de neiging voel om mijn handen door het televisiescherm te steken om de bizon te aaien, blijf ik rechtop zitten op de bank.
Hoewel ik de bizon niet zie, niet hoor, niet kan voelen, weet ik dat de diamanten van zijn ruige vacht zacht zijn.

Steeds vaker is de bizon bij mij. Hij is er als Jair Bolsonaro op een jetski voorbij sjeest op de dag dat er in Brazilië meer dan tienduizend doden te betreuren zijn. Hij schurkt tegen de camera aan wanneer er een koelwagen vol lijken in beeld komt, op een stoep in New York. De bizon verhult niets. Hij is volkomen doorzichtig.

Er vliegt een drone over het woud. De drone laat illegaal gekapte stukken bos zien, postzegels in het eindeloze groen die als de drone daalt grote lege plekken worden. De plekken worden her en der onderbroken door een gestripte boomstam of een groepje mannen met kettingzagen. De bizon graast tussen de bomen vlak voor hen.

De vuurspuwster en de kip
Ik ontmoet een kip die door een wesp in haar poot is gestoken. De poot van de kip is dik en het dier durft hem niet te gebruiken. Ze houdt de poot omhoog geklapt, tegen de warme veren van haar buik. Om de paar stapjes moet de kip, vanwege het evenwicht, haar poot toch op de grond zetten, ze doet dat als iemand die een voet onder de douche steekt om te kijken of het water al warm is. Als het water nog ijskoud blijkt, wordt de poot weer bliksemsnel ingetrokken.
De kip wordt verzorgd door een oude vuurspuwster. Ze draagt verweerde, leren klompen en haar handen zijn veel groter dan de mijne. Na een tijdje vertelt ze mij dat ze niet zeker weet of de kip door een wesp is gestoken, wel bijna zeker, maar voor de zekerheid stopt ze elke avond de dikke poot in een kom warm water en soda. Dan masseert ze heel voorzichtig de gezwollen kippenvoet. Ze moet er zelf ook om lachen, of nee, ze lacht terwijl ze het vertelt, niet perse om. Het klinkt heel vrolijk.
‘Ze legt nog gewoon eieren,’ zegt de vuurspuwster.
De kip is op haar gezonde poot, sprongetje voor sprongetje, naar een rood stoelkussen gehinkt. Het kussen is natgeregend, het staat te drogen tegen een houten hek. De kip pikt voorzichtig in het kussen. Daarna kijkt de kip naar het kussen zoals een kip kijkt die voor een spiegel staat. Op één poot met een vorsende blik.
De vuurspuwster pakt haar van achteren op, kroelt lachend in de veren van haar bezorgde, manke kip. De kip tokt op haar arm.

De mango
In het woud, hetzelfde woud als waar de bizon graast maar veel dieper het bos in, groeit een mango aan een mangoboom. De mango hangt aan een dunne tak, bijna tot aan de grond.
Honderden kilometers om de mango heen is er geen man of vrouw aanwezig die de mango plukken kan. Er zijn zelfs geen apen, geen vogels die in het zachte, gele vruchtvlees kunnen pikken en die ene zwarte jaguar die vijfendertig kilometer verderop met fluweelzachte poten over de bosvloer stapt, eet alleen vlees. De geluiden rond de mango zijn het kabbelen van een beekje, het ritselen van een voorbijtrekkende kolonie mieren, het zachte kwaken van felgekleurde boomkikkers en het waaien van de wind.
In de wind wiegt de mango. Hij zit nu nog te stevig aan zijn steeltje om er door de wind vanaf te worden geblazen, maar hij is al rijp genoeg om dat waarschijnlijk morgen toch te laten gebeuren.
Opeens is het nacht (zo gaat dat rond de evenaar). De mango hangt in het donker. Boven de mango, boven de mangoboom, boven het bos, hangt de volle maan. Waar de mango een niet perfecte ovaal is, is de maan een perfecte cirkel. Waar de mango dieppaars is, is de maan melkwit. Waar de mango gevuld is met vitamines en suiker, is de maan gevuld met stof. Toch zijn de mango en de maan elkaars spiegelbeeld.
Als het begint te regenen, wordt de maan door de wolken aan het zicht onttrokken en de mango wordt glimmend en nat. Het glimmen van de mango praat door de wolken heen met het schijnen van de maan. Ik weet niet waar ze het over hebben. Ik hoor het tikken van de druppels op de groene bladeren.
Ik ben duizenden kilometers van de mango vandaan.
Ik zit op de bank voor de tv en ik heb alle lichten uitgedaan.

Henrietta Lacks
Henrietta Lacks stierf op 4 oktober 1951. Ze was een dochter in een gezin van tien. Ze was een moeder van vijf, ze was getrouwd met haar neef David. Met mooi weer hing ze tabak te drogen op een boerderij in Clover, Virginia.
Op haar eenendertigste, op 8 augustus 1951, werd Henrietta Lacks opgenomen in het John Hopkins Hospital, het enige ziekenhuis in de wijde omtrek dat zwarte patiënten wilde helpen. Ze zou er blijven tot haar overlijden. Ze kreeg bloed toegediend en buisjes radium.
Zonder dat Henrietta of haar familie het wist, nam de dokter een biopt van de kanker in Henrietta’s baarmoederhals. Hij zette dit biopt op kweek en de cellen groeiden. De cellen groeiden door na Henrietta’s dood. Omdat de cellen zichzelf zo goed konden vermenigvuldigen, ontnam het ziekenhuis de cellen hun naam, doopte ze de HeLa-bloedlijn en verkocht ze aan onderzoeksinstellingen over de hele wereld. Zonder het medeweten van de nabestaanden van Henrietta Lacks werden haar cellen over de post verzonden naar duizenden laboratoria.
De cellen van Henrietta Lacks droegen bij aan de ontwikkeling van chemotherapie, reageerbuisbevruchting, virusbestrijding en het onderzoek naar genafwijkingen. Miljoenen mannen en vrouwen, van kinderen tot bejaarden, in elke straat, elke metro, elke winkel en op elk plein, danken hun leven aan de wetenschappelijke ontdekkingen die gedaan zijn met de cellen van Henrietta Lacks.
De HeLa-bloedlijn wordt gebruikt in de ontwikkeling van een coronavaccin.

De naam Henrietta Lacks dook voor het eerst weer op in een wetenschappelijk artikel in 1971, maar haar familie werd pas jaren later over het gebruik van haar cellen ingelicht. In 1997 verscheen er een documentaire, in 2010 een boek, in 2016 een televisiefilm met Oprah Winfrey in de hoofdrol. Een kleine planeet, de 359426 Lacks, draait sinds 2017 om zijn ster.
Het is niet genoeg.

Henrietta Lacks, zwarte vrouw van eenendertig, redder van miljoenen mensenlevens, zit alleen op haar planeet. Er groeit niets om haar heen, er is geen atmosfeer. Ze is verdrietig.
Ik wil haar mijn diamanten bizon geven.
Ik wil dat de kip met de dikke poot tegen haar aankruipt en tokt en haar opvrolijkt.
Ik wil dat de vuurspuwster achter haar gaat staan, haar met grote handen over haar haren aait.
Ik wil de mango voor haar plukken.

Ik sta op van de bank en kijk naar buiten. Het is stil op straat omdat alle cafés verplicht dicht zijn. Morgen is er een protest op de Dam en ik zal ernaartoe gaan met een mondkapje op en achter dat stukje stof zal ik voor haar zingen.

Joost Oomen
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan

E-card

Uw naam

Uw e-mail adres

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

1