De tijd van antipode

Hind Fraihi

Over de Auteur

© Nele Van Canneyt

Hind Fraihi (1976) is een Belgische onderzoeksjournaliste, columniste en auteur van onder meer Undercover in Klein-Marokko – achter de gesloten deuren van de radicale islam (Van Halewyck, 2006) en De islam in 500 woorden (Lannoo, 2015). Fraihi deed voor tal van geschreven media verslaggeving over de Arabische wereld. Daarnaast doet ze ook researchwerk voor binnen- en buitenlandse media. Ook is ze titularis van de Leerstoel Willy Calewaert 2020 aan de Vrije Universiteit in Brussel (VUB).
Onder de vlag Antipode organiseert de leerstoel Willy Calewaert een vierdelige lezingenreeks in samenwerking met August Vermeylenfonds, Hannah Arendt Instituut en PEN Vlaanderen.
Fraihi schrijft een tweewekelijkse column voor De Tijd en werd in 2017 benoemd tot commandeur in de Kroonorde.

Vroeger was ik voor sommigen te bruin. Voor hen moest ik maar eens naar ‘mijn land’. De laatste jaren zou ik echter te wit zijn. En dat heeft zowaar een naam: een bounty, genoemd naar die lekkere versnapering van zwarte of bruine chocolade met een witte vulling van kokos. De term slaat echter ook op gekleurde mensen die zich zouden conformeren aan witte dominantie. Binnen de eigen gemeenschap brandmerkt die term hen als overlopers, als collaborateurs. Gepigmenteerd wit.
Een poging tot verklaring van mijn ‘witheid’ is te vinden in mijn kritiek tegen moslimextremisme en bepaalde delen van migrantengemeenschappen. Ik stamp tegen míjn gemeenschap – ongehoord, zo wordt gezegd. Al voel ik me thuis in vele gemeenschappen wordt terstond mijn afkomst belangrijker dan wat ik precies vertel. Zelfkritiek wordt niet geduld, individuele vrijheid evenmin. Alsof de wereld één grote opslagplaats is met silo’s, waarin iedere gemeenschap apart suddert in haar eigen concentraat. Wie de verkeerde dosering van de concentratie bekritiseert, moet wel een overloper zijn. Hij of zij valt uit het nest als een verstoten roedeldier. Waar moet het beest heen?
In zoektochten helpen schrijvers immer met een pootje dat al eens baadt in nare schoonheid. ‘De rol van de kunstenaar is precies dezelfde als de rol van de geliefde. Als ik van je hou, moet ik je bewust maken van de dingen die je niet ziet,’ zei schrijver James Baldwin. Helemaal juist is dat.
Misschien nog wel dit: voor mij is de rol van de kunstenaar misschien wel dezelfde als die van een verstoten roedeldier. De kunstenaar heeft de taak om uit de toon te vallen en wel precies om een toon te zetten die afwijkt van een pensée unique dat zo groepseigen is.
Een toon die raakt aan de snaar van onbehagen.
Dat onbehagen is soms een opwindend ongemak; de kunstenaar trekt en stoot af. Zoetzurig. Of is dat eerder de rol van een verkeerde minnaar? Een die een vonk verschroeide draden achterlaat in hoofd en hart. Een sliert rook bij veel verleidelijk ongemak.

Dat onbehagen is soms een opwindend ongemak; de kunstenaar trekt en stoot af. Zoetzurig. Of is dat eerder de rol van een verkeerde minnaar? Een die een vonk verschroeide draden achterlaat in hoofd en hart. Een sliert rook bij veel verleidelijk ongemak.

Vrij naar Frank Boeijen zou ik zeggen; denk níet goed na aan welke kant je staat. Te bruin, te wit. En naar laatste trends daarbovenop niet groen genoeg. Laat me er een stropop van maken, zoals een roeptoeterende minderheid dat doet. Al eet ik amper vlees; voor rabiate klimaatactivisten is dat beslist niet genoeg. En ondanks het feit dat ik in België geboren ben, Nederlands spreek, hard werk en belastingen betaal: nooit zal ik voor extreemrechts genoeg Vlaming zijn. Zoals ik voor islamradicalen nooit genoeg islamitisch zal zijn. En tot slot, de Afropeaan in me – Europeaan met Afrikaanse wortels – beleeft naar hartenlust culturen van twee continenten. Dat is voor sommigen steevast één te veel, ook voor Afrikanen. Dan ben ik prompt te Belgisch. Wit met bruine pigmenten.

Ik ben nooit zuiver op de graat. Als de mengpot die ik ben, tref ik hoe dan ook schuld. Makkelijke moraal lijkt wel het nieuwe normaal.
De groeiende publieke notie van gratuite moraliteit krijgt haar excessieve gezicht op sociale media, waar spanningsbogen van extremere zienswijzen, referentiekaders en ideologieën verbreden.
Die maatschappelijk sterk opkomende excessen zijn in te delen in een kwadrant, zowaar vier windrichtingen van polarisatie: ultrarechts, ultralinks, islamisme en klimaat. Hun luchtdruk neemt toe op sociale media, met gekende gevolgen; cyberpesten, hatespeech, trolgedrag, memes, slutshaming. En fake news uiteraard. Het kompas van polarisatie wijst richting kortstondige stormen van hashtags.
Voor- en tegenstanders nemen scherpe posities in waarbij breuklijnen zich onoverkomelijk groot lijken af te tekenen. Tegenstellingen en wantrouwen groeien en zo wordt polarisatie een van de actuele thema’s van deze tijd: de tijd van de antipode.
De tijd tikt op het ritme van verwijzingen naar de jaren dertig; naar Nazi-Duitsland. Dit klopt gedeeltelijk, maar toen waren de uitersten slechts met twee – nu met vier.
We leven in de era van de vier boze windrichtingen. Voor mij begon dat bij rechts.

Ik ben nooit zuiver op de graat. Als de mengpot die ik ben, tref ik hoe dan ook schuld.

Marokkaantje met jou is het gedaantje. Gedaan. Finito.
Dat zei de man naast mij aan een Leuvense cafétoog. We kenden elkaar niet, maar toch hing zijn arm rond mijn nek om me in mijn oor te fluisteren. Met hijgende nadruk splitste hij het woord: Fi-ni-to. De stank die hij verspreidde was te bijtend voor eender welke geest. Die van mij werd wakker, alert voor zo veel mateloze domheid. Ik trok zijn arm weg en vertrok met het flesje kriekenbier in mijn handen. Zoet was de slok niet. Ik proefde andermans achterlijkheid, subtiel. Een voor het blote oog vriendschappelijke arm om je heen – haast lieflijk, maar alleen jij hoort de ijselijke fluistering. Vuilbekkerij, voor jouw oor alleen.
Nu geeft de traditionele rechtse radicalisering de indruk de tijdsgeest mee te hebben. Kijk maar naar de hoge scores die extreemrechtse partijen en figuren behalen in het Westen.
Maar voor wie de fluistering als een bries in een donkere geheugenkamer waaide was de tijd allang rijp. Nu wordt echter niet meer geluisterd, maar flink uitgepakt met de volumeknop op maximum. Radicaal-rechts stemmen wordt een statement. Zo van: zie mij boos zijn. Beeldig boos dan wel, opgetut en opgefokt, dat typeert nieuw rechts.
Het zijn niet langer de marginalen met afbrokkelend gebit en opzichtige tattoos die de dienst uitmaken in nieuwrechtse rangen. De neofieten zijn veelal gesofisticeerde, strak in het pak zittende jonge intellectuelen die kiezen voor een rechts-populistische koers. Ze vallen niet op tussen die honderden andere jonge mannen en vrouwen die banken, universiteiten, hogescholen en bedrijven bevolken.
Het nieuwe extreemrechts is haast alledaags geworden, en kent geenszins schroom. Wat vroeger gefluisterd werd, wordt nu openlijk gezegd. Het thematieke kwartet van racisme, antisemitisme, anti-feminisme en islamofobie fungeert zowaar als bindmiddel van nieuwrechtse ecosystemen die vooral online incuberen. Zij verspreiden diverse aantrekkelijke onwaarheden en broeierige angsten die te herleiden zijn tot één moederangst: le grand remplacement, de omvolkingstheorie die waarschuwt voor demografische dystopie in het Avondland.

Bang, boos, beeldig. Dat is het verdienmodel waar extreemrechts momenteel mee scoort. Bang, boos, beeldig en bekrompen, want als klap op de vuurpijl deugt al het universele niet. Met fiere dorpse kneuterigheid groeit een inspinsel. In de cocon horen extreemrechtse identitairen als nestdiertjes bijeen, want alleen onder hen is het veilig.
Laat mij maar zwierig uit het nest vallen, verstoten zoals een kunstenaar die een schreeuw naar naargeestigheid al hoort bij de eerste fluistering. De zieke boel overschreeuwen, dat moet wel de ultieme tegenreactie zijn, verwijzend naar de jaren dertig: kijk daar, fascisme!
Maakt die schreeuw fascisme gedaan, finito?
Zo lijkt het haast karikaturaal, bijna aandoenlijk studentikoos, vanuit het andere uiterste, op het verre links.

Wat vroeger gefluisterd werd, wordt nu openlijk gezegd. Het thematieke kwartet van racisme, antisemitisme, anti-feminisme en islamofobie fungeert zowaar als bindmiddel van nieuwrechtse ecosystemen die vooral online incuberen.

Vijf jaar na #JeSuisCharlie was het Franse satirische magazine kortstondig het onderwerp van een polemiek in Franstalig België. Twee van de redactieleden waren door de Université Libre de Bruxelles (ULB) op 13 februari 2020 uitgenodigd voor een debat over de vrije meningsuiting. De linkse groeperingen Union Syndicale Étudiante en de Cercle Féministe wilden dit verhinderen omdat ‘dit nog maar eens een gelegenheid creëerde voor het reactionaire discours om van zich te laten horen op onze campus’. Het is bij lange na niet de enige dergelijke actie die extreemlinkse groupuscules ondernemen om rechtsgeoriënteerde sprekers het spreken te beletten. Voor de rechtvaardiging van hun acties grijpen ze terug naar een van de meest duistere bladzijden uit de Europese geschiedenis: het fascisme en/of het nazisme.

Dit roepen van ‘Fascisme!’ is paradoxaal in haar hysterie. Het roept beelden op van bruinhemden met vaste trede marcherend door straten. Het roept herinneringen op van wetten die bepaalde delen van de bevolking vakkundig uitsluiten van de maatschappij. En dan komt al gauw het gruwelbeeld van de Holocaust om de hoek kijken. Maar die genocide is te groot, te ontzettend, te wreedaardig, te recent en te diep geworteld in de Europese geschiedenis om aan te grijpen. De manke vergelijking geeft elke tegenpartij de kans om zich te wapenen met dooddoeners als: ‘Er bestaan geen concentratiekampen voor moslims’ of ‘Er is geen wetgeving die zwarten uitsluit’. Maar het is de achterliggende idee die de meesten zorgen baart. Het is angstwekkend in haar eenvoud om iedereen met een andere mening simpelweg extremistisch te noemen, waarmee elke dialoog of nuancering bij voorbaat verloren moeite is. Het is links van zijn meest onverdraagzame kant, dat enkel zijn plaat wil horen draaien. ‘Het lijkt erop dat u aan de linkerkant staat, vakbondsleden, feministen. Verdedigers van de vrijheid van meningsuiting. In ieder geval van jou. Maar je gedraagt ​​je als nieuwe censuur,’ schreef een aantal opiniemakers in La Libre Belgique naar aanleiding van de polemiek rond Charlie Hebdo.

Oude socialistische partijen zien hun verwezenlijkingen en discours ondersneeuwen en het ooit trouwe electoraat in arbeidersbuurten stemt nu ook op de (extreem)rechtse erfvijand. Als reactie daarop is links op zoek gegaan naar een nieuw electoraat en verse bondgenoten. Dit heeft geleid tot nieuwe spreidstanden, nieuwe taboes. Die schier onmogelijke spreidstand van het links-progressieve kamp heeft een andere oude demon wakker geschud: de interne kritiek. De linkerzijde toont zich vaak veel strenger en onverzoenlijker ten opzichte van medestanders met een (lichtelijk) afwijkende mening dan ten opzichte van ware tegenstanders. Onder druk gaat men op zoek naar loutering en ontdoet men zich van alle ‘besmette medestanders’, niet zelden gebeurt dat op sociale media die zich ontpoppen tot tribunalen van puurheid.
Als we dan toch streven naar zuiverheid, laat ons beginnen met de juiste context te gebruiken. Die ligt niet binnen de Holocaust – dat is een historisch ijkpunt van ongeziene gruwel, en dus in feite te grotesk om naar te verwijzen. Die ligt evenmin binnen fascisme. Dat is een politiek stelsel dat te dictatoriaal is om te verbrassen in roeptoeterende retoriek.
En daarbovenop dit: in noodgeval van verstoting, verstoot slim. Wip jouw tegenstanders nimmer uit het nest. Omring ze met de kritische warmte van een kunstenaar die je vertelt wat je niet wilt horen. En het mag schuren, maar dan met warmte. Welnu, warmte, dat brengt ons onvermijdelijk bij de volgende windstreek die soms dreigt te driften
naar het uiterste.

De manke vergelijking geeft elke tegenpartij de kans om zich te wapenen met dooddoeners als: ‘Er bestaan geen concentratiekampen voor moslims’ of ‘Er is geen wetgeving die zwarten uitsluit’.

Oude socialistische partijen zien hun verwezenlijkingen en discours ondersneeuwen en het ooit trouwe electoraat in arbeidersbuurten stemt nu ook op de (extreem)rechtse erfvijand. Als reactie daarop is links op zoek gegaan naar een nieuw electoraat en verse bondgenoten. Dit heeft geleid tot nieuwe spreidstanden, nieuwe taboes. Die schier onmogelijke spreidstand van het links-progressieve kamp heeft een andere oude demon wakker geschud: de interne kritiek. De linkerzijde toont zich vaak veel strenger en onverzoenlijker ten opzichte van medestanders met een (lichtelijk) afwijkende mening
dan ten opzichte van ware tegenstanders. Onder druk gaat men op zoek naar loutering en ontdoet men zich van alle ‘besmette medestanders’, niet zelden gebeurt dat op sociale media die zich ontpoppen tot tribunalen van puurheid.
Als we dan toch streven naar zuiverheid, laat ons beginnen met de juiste context te gebruiken. Die ligt niet binnen de Holocaust – dat is een historisch ijkpunt van ongeziene gruwel, en dus in feite te grotesk om naar te verwijzen. Die ligt evenmin binnen fascisme. Dat is een politiek stelsel dat te dictatoriaal is om te verbrassen in roeptoeterende retoriek.
En daarbovenop dit: in noodgeval van verstoting, verstoot slim. Wip jouw medestanders nimmer uit het nest. Omring ze met de kritische warmte van een kunstenaar die je vertelt wat je niet wilt horen. En het mag schuren, maar dan met warmte. Welnu, warmte, dat brengt ons onvermijdelijk bij de volgende windstreek die soms dreigt te driften
naar het uiterste.

De brede beweging die achter de klimaatprotesten schuilt, benadrukt altijd het geweldloze karakter van hun protesten. Al zijn er uitschuivers, zoals Roger Hallam, een van de oprichters van Extinction Rebellion. In een interview met Der Spiegel suggereerde hij dat democratie en het klimaat redden niet samengaan. ‘Als een samenleving zo amoreel handelt, wordt de democratie irrelevant. Het klimaat is belangrijker dan de democratie.’ Uiteraard waren anderen in de klimaatbeweging er als de kippen bij om zich te distantiëren van die uitspraken en erop te wijzen dat hij maar een van de vele meningen bij Extinction Rebellion vertolkt. Toch is Hallam niet de eerste, noch de enige die de bedenking over het klimaat en democratie uitspreekt.

Als we dan toch streven naar zuiverheid, laat ons beginnen met de juiste context te gebruiken.

In de ecologische beweging wordt wel vaker verzucht dat de lakse reactie van politici op de klimaatverandering voor een deel te wijten is aan het democratisch systeem. Wie om de zoveel jaar moet hopen genoeg stemmen te behalen, hoedt zich voor ingrijpende maatregelen die fors ingrijpen in de mobiliteit, de consumptie, het wonen en de hobby’s van zijn kiespubliek.
Eenzelfde behoedzaamheid zien we bij het gebrek aan een doortastend beleid in de strijd tegen corona. Wie wint, de kiezer of het virus? Mensen zijn over het algemeen immers niet zomaar bereid comfort, (schijnbaar) verworven rechten en luxe vrijwillig op te geven. Radicale veranderingen doorvoeren kost in een democratisch systeem over het algemeen zeer veel tijd. Om maar een idee te geven: de Belgische staat heeft er bijvoorbeeld 148 jaar over gedaan om al haar burgers stemrecht te geven. En tijd is nu net datgene wat we – volgens de wetenschappelijke consensus – niet meer hebben. Die druk van de urgentie desemt door in alle geledingen van de globale klimaatbeweging.
Er is immers ‘een deadline aan het leven op aarde’. De verwachting van een ecologische ramp zonder weerga, het slinkende tijdsframe en het schijnbare getalm of zelfs de manifeste onwil van de politieke en economische machthebbers zetten binnen de klimaatbeweging de alarmknoppen op scherp en drijven voorheen gematigde stemmen in een meer radicale richting.
De groeiende woede, machteloosheid en het fatalisme binnen de klimaatbeweging in combinatie met de lethargie van de leidende klasse geeft een potentieel gevaarlijke cocktail. Zeker als er sprake is van een morele rechtvaardiging. ‘Good citizens cannot meekly accept the death of the living planet. If seeking to defend life on Earth defines us as extremists, we have no choice but to own the label. We are extremists for the extension of justice and the perpetuation of life,’ schrijft journalist en activist George Monbiot in The Guardian. Hij wil in de eerste plaats van ‘extremist’ een geuzennaam maken om politici en opiniemakers die de term te snel bovenhalen een hak te zetten.
Onder de banier van de rechtvaardigheid en met een catastrofe van epische proporties als toekomstbeeld is het plots niet eens zo onlogisch om te pleiten voor een groene despoot of een klimaatjunta. Evenmin is het ondenkbeeldig dat individuen of groepjes menen de zaken te moeten aanporren door hardere acties.

Om af te sluiten met Roger Hallam: ‘Hoop demobiliseert. Daardoor verwacht je dat iets of iemand anders het voor je oplost. Pas als je de hoop verliest, kom je in actie.’ Hoop winnen in alle dwarsheid is evenwel bij uitstek de rol van een kunstenaar. Hoop is de cafeïne van het hart.

Hoop winnen in alle dwarsheid is evenwel bij uitstek de rol van een kunstenaar. Hoop is de cafeïne van het hart.

De meest in het oog springende antipode komt tot slot uit de islamitische hoek; met wereldwijde aanslagen, de Islamitische Staat, Boko Haram en de Taliban als de voornaamste uitwassen. Maar wereldwijd is er een religieuze verharding aan de gang. Denk maar aan de politiek van Narendra Modi in India of de vervolging van de Rohingya in Myanmar.
In het Westen staan bijvoorbeeld de islamistische getto’s weer volop in de belangstelling door het boek Les territoires conquis de l’islamisme van de Franse Midden-Oostenexpert Bernard Rougier. Daarin toont hij aan dat in veel van onze migrantenwijken de extreme islamisten meer en meer de dienst uitmaken. Het is wat hij, na vier jaar veldwerk, definieerde als een ‘islamistisch ecosysteem’. Een amalgaam van moskeeën, sportclubs, winkels en andere organisaties die op het eerste gezicht allemaal op een onschuldige manier gemeenschapsversterkend werken. Maar onder de oppervlakte schuilt een
fundamentalistisch discours dat de gelovigen weg wil houden van alles wat neigt naar de westerse samenleving. Het doel is een parallelle shariastaat met een leidraad van intolerante, sterk antiwesterse en zelfs gewelddadige retoriek en lectuur.
Dat is ook de bevinding van de AIVD, de Nederlandse inlichtingendienst, die waarschuwt voor de groeiende invloed van ‘een tweede generatie salafistische aanjagers’ die op lange termijn ‘een serieuze bedreiging’ vormt voor de Nederlandse rechtsstaat. Een van de grootste problemen is dat deze fundamentalistisch-islamitische stroming streeft naar een ‘parallelle samenleving’ waarin de Nederlandse wetgeving niet geldt. Met andere woorden: een shariawereld.
Hoe potentieel gevaarlijk ook, alle aandacht gaat naar het mannelijke uithangbord van dit extremisme. Wat veelal onder de radar blijft is de zachte, zeg maar vrouwelijke, kant van de radicalisering. Een beweging die gedijt onder het oppervlak van de radicale islam: het oemmaïsme, zo noem ik het.

Oemmaïsme richt zich vooral op vrouwen en is eigenlijk een zachte en goedkope vorm van radicalisering; zonder wapens, explosieven of onderduikadressen. Ze verloopt met studieboeken, islamlessen, events voor fondsenwerving, indoctrinatie via de sociale media en huiskamerbijeenkomsten, georganiseerd door vrouwen voor vrouwen. De betrokken meisjes en vrouwen leren hoe ze hun (toekomstige) kinderen moeten grootbrengen als leerling-strijders. De moeders geven extreem puriteinse, intolerante en sterk antiwesterse denkkaders door aan hun kinderen om een terugkeer naar de ‘zuivere islam’ te stimuleren.
Zo komt radicalisering op kousenvoeten in het dagelijkse leven binnengeslopen. Door vooral kinderen te beïnvloeden richt de islam zich meer op publieke moraliteit. Een handje geven aan dat meisje in de rij op school? Nee, dat mag niet van Allah. Zwemmen moet gescheiden en muzikale opvoeding is des duivels. En: ‘kom hier, klein meisje, die hoofddoek staat je beeldig. Maar die schoolreis, daar doe je niet aan mee.’ Daarom zijn die leerling-strijders niet per se terroristen in wording. Terrorisme is een veelomvattend gegeven, het uithangbord van het jihadisme. De opvoeding in het oemmaïsme is een investering op lange termijn. Middels dit regelgevend onderdeel van een vijandig mechanisme tegen het Westen wordt het kind een belegging om die niet-territoriale islamstaat op te bouwen. Het doel? De uitbreiding en versterking van de huidige oemma, of islamitische gemeenschap, tot de islam superieur wordt. Dominant in wet en aantal. Onthoofdingen zijn daarvoor niet nodig, maar nieuw leven wel. Daarvoor moeten zo veel mogelijk moslims gebaard en grootgebracht worden in een ‘zuivere islam’. En in die zuivere islam stijgt het aanzien van de moslimextremistische moeder (oem) als incubator van een toekomstig islamitisch gemenebest. Het oemmaïsme is zodoende geen folklore maar een stille revolutie, gedragen door vrouwen.
Extremistisch islamisme als leidmotief is een individuele keuze die stopt wanneer haat wordt gepropageerd, afvalligen worden bedreigd en minder strikte gelovigen onder zware druk worden gezet. Wanneer onverdraagzaamheid misbruik maakt van het wettelijke kader om het leven van anderen grondig in te perken. Dan heeft de kunstenaar geen rol meer om te spelen.

Zo komt radicalisering op kousenvoeten in het dagelijkse leven binnengeslopen.

De vier antipoden vormen samen orkanen van hashtags die het midden steeds verder onder druk zetten. Geen van de voorgaande ‘blokken’ is een monolithisch geheel, elk vormen ze een bont amalgaam. Daarbij is er het fenomeen van de groeiende fluïditeit. Waar groeperingen en partijen vroeger vrij makkelijk konden worden geplaatst op de politieke as, werken ze nu met een veel gediversifieerder aanbod en opmerkelijke allianties, zoals die tussen homo’s en extreemrechts. Antipoden hebben diverse aardlagen, die soms knus samenkomen.

Kunstenaars, schrijvers en denkers die midden in de samenleving staan, voelen briezen al vroeg aan, terwijl publiek en politiek pas reageren als stormen zowel onstuimig als onbeheersbaar zijn geworden.
Als het midden krimpt dient de pen van de schrijver als een seismograaf te blijven seinen, zoekend naar epicentra van antipoden en hun aardlagen. Schrijven is dan als het proberen te bestrijden van voorspellende zware stormen. Het is amor mundi met een korrel in de inkt.

Hind Fraihi
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan

E-card

Uw naam

Uw e-mail adres

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

1